Succesvolle conferentie 21 november

Gezamenlijk antwoord op kwetsbaarheid, de uitwerking

Op 21 november kwamen we weer met ruim 60 personen samen in Buurthuis Sint Anna voor een bijeenkomst in ons gezamenlijk antwoord op kwetsbaarheid. Mirjam Kräwinkel, bestuurder van woCom opende de bijeenkomst. “Een jaar geleden waren we hier ook samen in buurthuis. Toen was de boodschap: we moeten meer en anders gaan samenwerken in onze zorg voor en huisvesting van kwetsbare bewoners in Helmond. Ter inspiratie hadden we het over de donut. Het gat in de donut staat voor de ruimte die een vakman/vrouw neemt of krijgt om zijn of haar vak op een goede manier uit te oefenen. Een groot gat: veel ruimte voor de professional om maatwerk te leveren. Een klein gat: veel ruimte voor regels en procedures.

Een jaar na dato kunnen we constateren het ecosysteem leeft. We kennen elkaar beter, de vele projecten die in Helmond bestaan hebben we beter in beeld en nieuw initiatieven en deelnemers zijn aan het ecosysteem toegevoegd. In april van dit jaar hebben we een tussenbalans opgemaakt, een aantal lopende initiatieven zoals het kernteam Leonardus zijn doorgezet en we zijn gestart met nieuwe initiatieven: zoals de expeditie casusaanpak en de samenwerking tussen gezondheidscentrum Leonardus, Leger des Heils en Woonpartners. De conclusies daaruit zijn dat we in het belang van de burger meer moeten samenwerken en over onze grenzen als organisatie heen moeten kijken. Dan ontstaan er duurzame oplossingen voor de burger.” Mirjam geeft aan dat er een beweging in die richting op gang is gekomen. De betrokken organisaties zien dit en geven aan die kant op echt op te willen.

Aan de keukentafel
Mirjam nodigde aan ‘haar keukentafel’ een aantal gasten uit die hun visie gaven op de noodzaak om beter en anders te gaan samenwerken voor de kwetsbare burger in Helmond.
Allereerst zaten Kim van Uden en Jolanda van Meel aan tafel. Zij hebben beiden deelgenomen aan de expeditie casusaanpak. Een initiatief om met een aantal partijen te kijken hoe vanuit concrete casuïstiek een andere werkwijze kan worden ontwikkeld. Kim pleit voor meer verbinding met organisaties die van onderop werken zoals Nei Skoen. Jolanda maakt vanuit haar brugfunctie bij GGZ juist verbindingen met (professionals van) andere organisaties. Op de vraag van Mirjam hoe zij die brug heeft geslagen geeft Jolanda aan dat alle betrokken organisaties de ‘ramen en deuren open moeten zetten’. Ze loopt geregeld tegen procedures en regels op. “Als je doorduwt tegen de deurtjes zijn er mooie dingen mogelijk”. Patrica Meijer van de wijkagent in Helmond Noord bevestigt het pleidooi van Jolanda. Zij heeft het over ontschotten.

De volgende gasten die aanschoven aan de keukentafel zijn René Niks, Directeur Arbeidsintegratie bij Senzer en Anton van der Linden, gebiedscoördinator sociaal team Gemeente Helmond. Op de vraag naar zijn drijfveren tot verbinding op dit moment geeft René aan: “de transitie in het sociale domein, die een aantal jaren geleden is ingezet, was in een eerste instantie naar binnen gericht. Binnen de eigen organisatie moest het op orde zijn. Nu is het moment aangebroken om naar buiten te kijken en samen met andere organisaties de uitdagingen waar we voor staan op te pakken”. Vanuit de zaal vult Jasper Ragtile aan. Hij noemt als voorbeeld de samenwerking tussen Senzer en de LEV-groep bij de opzet van werkervaringsplekken voor jonge statushouders. Anton van der Linden ging in op de beweging die de gemeente heeft ingezet en waarom ze nu met partners zoekt naar andere werkwijzen. “We willen samen met andere partijen optrekken voor het beste plan”.

Het klinkt eenvoudig, maar wat vraagt een dergelijke verandering van werkwijze? Dat hoeven we niet allemaal zelf uit te vinden. De wijkaanpak in de Ruwaard in Oss is een mooi voorbeeld. Een aantal leden van expeditie casusaanpak is er op excursie geweest. Mirjam nodigt Fred Pijls en Oscar Boerboom aan tafel. Beide zijn van GGZ Oost Brabant nauw betrokken bij de aanpak in de Ruwaard, respectievelijk als lid van de Raad van Bestuur en ambulant GGZ verpleegkundige. Fred geeft aan dat we meer moeten gaan denken vanuit de burger. De oplossing ligt namelijk ook bij de burger. Hij refereert aan de donut. “Medewerkers krijgen meer bewegingsvrijheid aan de binnenkant van de donut en ervaren dat ook zo. Als bestuurder moet je die ruimte geven, praktijkwerkers weten wat er nodig is. Samen met de partners moet je bestuurlijk lef tonen en commitment aan elkaar geven”. Oscar vult aan: “handelingsvrijheid is in het voordeel van medewerker én de burger”. Zij lichten kort de kern van de aanpak uit Oss toe:
• Burger is zelf probleemeigenaar, houdt de regie en blijft tevreden
• Om tafel met burger om de vragen te beantwoorden, met álle partijen, vaak bij burger thuis
• Concreet afspreken wie wat gaat doen, nadat je aan bewoner hebt gevraagd ‘Wat heb jij nu nodig?’, inwoner zelf deel van de oplossing maken
• Belemmerende regeltjes beetje opschuiven
Oscar geeft aan dat het moeilijk is om los te komen van verplichtingen in de eigen organisatie. Je moet als professional kansen zien en pakken. De medewerker kan loslaten, voor de organisatie is dat lastiger. Ook schuift Ingrid, een bewoner van de Ruwaard aan. Zij doet op indringende wijze haar verhaal en geeft aan hoe de nieuwe werkwijze haar heeft geholpen om haar leven weer op de rit te krijgen.

De kern van de aanpak in de Ruwaard. Klik op de afbeelding voor een korte animatie.

Tenslotte wordt Susanne Smits (projectleider van proeftuin de Ruwaard) door Mirjam aan tafel gevraagd en bevraagd: Wat zijn voor jouw de voornaamste lessen uit de Ruwaard? Wat zou jij ons willen meegeven voor de aanpak in Helmond? Susanne geeft aan dat er al veel in gang is gezet in Helmond. Dat we de aanpak uit Oss niet moeten gaan kopiëren maar moeten aansluiten bij die zaken die er lopen. Aanhakend bij wat de expeditie heeft opgeleverd. De beweging die er bij de gemeente is ingezet en alle initiatieven vanuit de burgers zelf. Start in de praktijk door in casuïstiek samen te gaan werken alsof er geen belemmeringen zijn door schotten, regels, protocollen, geldstromen. Dan wordt vanzelf duidelijk wat werkt, wat niet, en welke obstakels aangepakt moeten worden.

De beide wethouders in de zaal worden gevraagd om kort hun reactie te geven. Harrie van Dijk wethouder die bestuurlijk medeverantwoordelijk is voor het sociale domein: “Ik word er enthousiast van als partijen samen willen werken. Wat vinden wij samen dat goed/nodig is voor kwetsbare bewoner. Het gaat niet om wie de regie heeft, maar om het samen doen”. Hij eindigt met een slogan vanuit het perspectief van de burger: ‘Meedoen, rondkomen en vooruitkomen’. Gaby van de Waarderburg wethouder wonen sloot hierbij aan. “Kijk waar je elkaar kunt vinden. Kijk wat het beste werkt en integreer dat met elkaar. Dat is voor Helmond een mooie stap voorwaarts.”

De beide wethouders ondertekenen het recept.

Mirjam nodigt de aanwezigen uit om een recept (intentieovereenkomst) voor een gezamenlijk aanpak in Helmond te onderteken: “wie wil samen met ons de komende tijd deze aanpak gericht op het echt anders samen werken, vormgeven. Let wel. Dat vraagt om bestuurlijke daadkracht, tijd en inzet van betrokken professionals. Kan en wil uw organisatie dat leveren?”

Na de ondertekening van het recept sluit Mirjam de bijeenkomst af. Dit is een prachtige mijlpaal één jaar na dato. Ik ben blij dat de noodkreet van de Helmondse woningcorporaties gehoor en vooral voedingsbodem heeft gevonden. Het voelt als het juiste moment, zoals René Niks zei, om door te pakken. Volgens mij staan we aan de vooravond van iets moois. Mooi voor de burger in Helmond, mooi voor elke bevlogen professional en mooi voor onze samenwerking. We gaan samen aan de slag met de uitwerking.

Concretisering
Op 11 december is de volgende stap in de uitwerking gezet.
In een bijeenkomst bij Senzer hebben we met ruim 25 personen het recept voor de volgende stap nader uitgewerkt. Ons doel is:
Vanuit casuïstiek op basis van de kracht van de burger komen we samen tot een duurzame oplossingen in Helmond voor kwestbare burgers.

Daar is voor nodig:
• Anders denken – met bewoner oplossing bedenken alsof er geen belemmeringen zijn. Hoe doen we dat? Wat hebben we nodig? Gezamenlijk verantwoordelijkheid!
• Anders doen – oplossing uitvoeren alsof er geen belemmeringen zijn. Hoe doen we dat? Binnen zes weken oplossing voor de burger? Zijn er haakjes bij projecten en iniatieven in de huidige aanpak?
• Anders organiseren. Hoe organiseren we ons samen? Schotten eruit! Wat betekent dat voor de interne organisatie?
• (voortdurend) Leren – wat helpt, wat belemmert, wat zijn effecten en wat moeten we doen om altijd zo te werken. Hoe geven we dit vorm?
Op al deze punten is een eerste uitwerking gemaakt. Ook zijn we met een aantal praktische zaken bezig geweest. Hoe zorgen we voor een goede verbinding tussen professionals en bestuurders? Hoe zorgen we ervoor dat we het strak organiseren. In welk gebied en onder welke naam gaan we in Helmond met deze aanpak beginnen?
Het streven is om eind januari/begin februari een plan voor de aanpak voor te leggen aan de betrokken partijen. Daarna willen we de concrete voorbereidingen treffen om uiterlijk in het tweede kwartaal van start te gaan. Uiteraard houden we u op de hoogte van het vervolg.

Je gebruikt een verouderde webbrowser

Deze website maakt gebruik van moderne technieken die niet worden ondersteund door jouw webbrowser. Update mijn webbrowser

×